De gevangenen van Ruathym

The Ramparts

Scepter Tower of Spellguard

De spelers slagen er in om doormiddel van hun diplomatieke vaardigheden zich een weg door de ramparts te praten. Niet nadat ze geheime armour en een flink geldbedrag hebben buit gemaakt. Ze betalen de doortocht van 200 gp’s en Bih’lur betaalt uit eigen zak in het geheim het bedrag dat ze buit hebben gemaakt.
De wererats hebben zijn vervloekt door een boze mage uit Baldur’s Gate.
Aangekomen in de catacomben worden zijn overvallen door enkele grote vleermuizen en boneshard skeletons, maar ze weren zich kranig.

Ze vervolgen hun weg richting de toren en na een flink debat over de te volgen weg, openen ze een deur die volgens hen de goede kant op gaat. De deur is behekst echter, en na even het bewustzijn te hebben verloren komen ze er achter dat Joachim is verdwenen. In de Warrior’s Rest (C3) vechten ze zich door troepen skeleten en een Specter heen en in een grote berg veroeste harnassen, vinden ze de wapenuitrusting van Joahim terug, die Gloin tot zich neemt. De wraith deelt nadat hem de doodssteek is toegebracht de spelers mee dat zijn meester der ondoden en dienaar van Bane wel met hen zal afrekenen.

Als in de Commoner’s Vault een Wraith en 5 skeletons zijn verslagen, zijn onze strijders er erg aan toe. Terwijl ze hun wonden likken, gaat opeens Joachims lichtbron uit en horen ze de stem van Joachim. Het is overduidelijk dat hij lijdt en hij smeekt om niet langer gefolterd te worden.

Terwijl de spelers slapen wordt Bih’lur tijdens zijn trance bezocht door een schim die hem smeekt op te schieten en haar te redden. Lang spreekt ze niet tot hem, want het lijkt alsof ze haar aanwezigheid maar even vast kan houden, voordat ze door een onzichtbare kracht wordt weggetrokken.

Jullie worden wakker door een huiveringwekkend geschreeuw. Het is weer de stem van Joachim. Nee! Alsjeblieft! Niet doen! Nee! Aaah! Eerder leek de stem van alle kanten te komen, nu kun je er echter duidelijk richting aan geven. Dan klinkt er een andere stem, zachter, kalm:
Haghassaam Joachim. Hilla dir ta kanta. Sssst, ssst, branuma te kalissa. Donata alla soul a Bane
(“Rustig Joachim. Verzet je niet langer. Ssst, ssst, als je meerwerkt, sterf je een rustige dood. Schenk je ziel aan Bane”)

De spelers volgen het gekerm van Joachim, en komen in een grote ruimte aan.Deze sombere ruimte heeft afgebladderde zwarte muren. Een gescheurd gordijn hangt aan de noordzijde, een stenen altaar ervoor, geflankeerd door 2 vuurkorven. Rijen van vochtige houten kerkbanken nemen de meeste ruimte in. De rook die van de vuurkorven afkomt is scherp en riekt, wat ervoor zorgt dat je ogen en keel branden. De stemt van Joachim blijft door de ruimte galmen. Op het altaar ligt het lichaam van een vrouw in volle wapenuitrusting. Op het moment dat jullie binnenkomen lijkt ze gewekt te worden…

Aan het stenen plafond hangen vijf menselijke lijken in verweerde kledij van lompen in stroppen. Hun gezwollen gezichten en zwarte tongen zijn aanwijzingen dat ze hebben gelijd voordat hun adem hen definitief werd ontnomen.
Wanneer spelers lichamen naderen:
Ogen die niets zien, kijken jullie aan en met ijzige kreten vallen de 5 lichamen op de grond.

Wanneer speler vampieren verslagen hebben, horen ze Joachims gekerm nog steeds en ze vervolgen hun weg naar een ruimte die ze eerder hebben overgeslagen.

Stenen pilaren ondersteunen het plafond van deze ruime hal. Drie stenen tafels met afvourgeulen staan in het midden. 1 of 2 stenen urnen staan naast deze tafels, en meerdere urnen staan bij de noordelijke muur. Aan de oostzijde zijn meerdere doodskisten op elkaar gestapeld ongeveer 3 meter hoog. Op deze stapel staan een houten troon, verweerd, beschadigd, maar met elegant houtsnijwerk van bloemen en fanatasiedieren.

Op deze troon zien jullie het roerloze lichaam van Joachim. Zijn ogen en mond gesloten. Zijn gekerm klinkt ook luid in deze ruimte. Naast Joachim staat een zwart geklede figuur over hem heen gebogen, zijn tanden in Joachims nek. Hij maakt heftige slurpbewegingen. Een symbool van Bane hangt tot op zijn middel, een drievingerige klauw en een gevaarlijk uitziende mace houdt hij in zijn rechterhand. Hij draait zich om en jullie worden aangekeken door zwarte ogen, bloed druipt langs zijn mondhoeken. Hij spreekt:

“Deze hier heeft zijn machtige bloed al aan Bane geschonken. Nu jullie nog en Bane beschikt over een machtige portie van de Spellplague. Als Mystra had geweten wat voor een geschenk ze ons zou geven, dan had ze haar dienaren weggestuurd, de dode trut!”
De vampier legt zijn hoofd in zijn nek en slaakt een beestachtige kreet en stormt op jullie af.

Als het heftige gevecht even onderweg is, komen er drie dark creepers binnen gestormd, die Barthus aanvallen. De Dark Creepers spreken tot de vampier:

“Barthus, de Order of Blue Fire claimt deze erfgenamen. Neem genoegen met je winst van 1 van hen en laat de anderen aan ons over, of sterf!”
Barthus spreekt terug:
“Deze behoren Bane toe! Als je ze willen hebben, moet je eerst langs mij. Jullie bloed, zwart en bitter, smaakt mij niet, maar jullie hoofden zullen desalniettemin rollen! "
Een Dark Creeper spreekt tot de anderen:
“Dood hem! Ik bekommer me om de erfgenamen.”
Hij valt de dichtsbijzijnde speler aan.

Comments

DmDorus

I'm sorry, but we no longer support this web browser. Please upgrade your browser or install Chrome or Firefox to enjoy the full functionality of this site.