De gevangenen van Ruathym

Proloog
hoe het begon...
Bih’lur

In de stad Baldur’s Gate, in een klein huisje in een curieus district zit een bleke Eladrin met wit haar stilletjes in een hoekje in zichzelf te fluisteren. Hij heeft zo-even zijn kleine boekhandel gesloten en zinkt weg in de innerlijke rust die hij zo node zoekt. Dan wordt hij opgeschrikt door geklop aan zijn deur.

‘Ik ben gesloten!’
Het enig antwoord dat hij krijgt is wederom geklop.
‘Ik zei: ik ben gesloten. Kom morgen maar terug!’
Dan voelt de jonge Eladrin dat er vanachter de deur magie wordt opgeroepen. Krachtige magie, anders kan hij het van achter de deur niet voelen. Tot zijn grote verbazing opent het slot aan de binnenkant van de deur zich en de deur gaat langzaam open. Een lange figuur in een donkereblauw gewaad stapt de ruimte binnen.
‘Tijd om te gaan, Bih’lur.’
‘Ik ga helemaal nergens heen…’
‘Kun je niet weggaan dan?’
De Eladrin schudt zijn hoofd.
‘Zal ik dat jou dan leren?’

De Eladrin verstijft, zijn ogen trekken weg en hij glijdt van zijn stoel af. De figuur komt op de Eladrin afgelopen, knielt achter hem en tilt met beide handen zijn hoofd op. Dan mompelt hij zachtjes een bezwering en het tweetal verdwijnt. de dag erop is de kleine boekenwinkel geheel leeg om niet veel later onderdak te verlenen aan een hoefsmit. De herinnering aan Bih’lur’s Boeken, verdwijnt snel.

Gloin Gloinsen

In een vunzige kroeg in Lyrabar, een stad in Impiltur, zit een sombere dwerg aan de bar. Hij heeft zojuist zijn zoveelste pul met bier voor zich staan. de dwerg drinkt in stilte, zoals hij altijd doet. Deze dag is hij vanuit … in … aangekomen, na een karavaan koper vanuit de mijnen naar … te hebben begeleid. Het kaarslicht weerspiegelt in zijn rode baard en zijn warhammer houdt hij tussen zijn benen in geklemd. In deze regionen weet je het namelijk maar nooit. Het zou niet de eerste keer zijn dat hij zijn solitaire bachanaal heeft moeten beschermen tegen een iets te amicale mededrinker.
Veel liefde koestert hij niet voor zijn vak, maar het betaalt goed en werk is schaars tegenwoordig. Zolang zijn opdrachtgevers niet te moeilijk doen en er dagelijks een goed bord eten en een volle pul voor zijn neus staan, hoor je hem niet klagen. Nog niet, in ieder geval.

Op het moment dat hij zijn pul wil legen, worden zijn gedachten ruw verstoord door een opdringerige voorbijganger.
‘Tijd om te gaan Gloin.’
‘Helemaal niet. Je bent me zeker twee slokken schuldig.’
De dwerg grijpt naar zijn warhammer ter fysieke onderbouwing van zijn argument.
‘Hij zei, “tijd om te gaan Gloin”, hoort de dwerg nu ook vanaf zijn andere zijde. ’Of wil je niet met ons meegaan?’ De figuur pakt zijn arm vast. Het breken van een kaak doet alle gesprekken in de herberg verstommen. Gloin zet zijn warhammer tegen de bar aan en op het moment dat hij wil weer gaan zitten wordt zijn keel dicht gedrukt en wordt opgetild. De dwerg zou recht in het gezicht van zijn belager kunnen kijken, wanneer er een gezicht was geweest. Onder de cape zit echter enkel een zwart gat.
‘Het lijkt net alsof je niet met ons mee wil gaan, domme Gloin. Dat zullen we je dan moeten leren.’

Gloins keel wordt stevig dichtgeknepen, zijn benen spartelen boven de vloer en alles wordt zwart.

Joachim Brindir

In de kleine tempel van Tempus in Baldur’s Gate hebben de aanhangers van Tempus zich verzameld op een feestelijke dag. Op de eerste dag van de maand Tarsakh – het lentefeest- worden namelijk alle nieuwe clerics van alle religies ingewijd. Zo ook Joachim. De jonge cleric kijkt vergenoegd om zich heen. Alle notabelen van zijn religieuze gemeente zijn aanwezig, zijn familie, zijn mentoren. Er is zelfs een onverwachte afvaardiging van tempel uit de grote stad Waterdeep aanwezig. De inwijding loopt als gepland, Joachim legt zijn eed af en iedereen klapt na afloop.

Nu zit iedereen in de plaatselijke herberg, het Wulpse Paard, aan een lange tafel om te gaan dineren. Iedereen die ook bij de inwijding aanwezig was, zit nu aan tafel. Ieder glas is gevuld en men wacht op de eerste van vele gangen. Dan staat Joachim’s jongere zus Dana op en vraagt het woord:

‘Het is bijna zeven uur en het is tijd voor de eerste toast. Dat is mijn taak als je jongste zus, niet? Maar eerst een speech. Ik heb er twee geschreven broer. De ene is groen, de andere is geel: jullie mogen kiezen.’
Joachim kiest voor geel.
‘Interessante keus…Het is een soort van gezinsontboezeming. Ik noem het: Wanneer broer in bad ging.’
‘Ik was heel jong toen we hier kwamen wonen. De dingen veranderden snel voor ons. We hadden alle ruimte die we wilden…en al de rotzooi die we konden maken in die ruimte…In die dagen was deze ruimte ook al een herberg. Ik kan niet meer bijhouden hoe vaak mijn broer en ik hier speelden, allerlei dingen in het eten van de gasten stopten, zonder dat ze het wisten. Dan verstopten we ons en begonnen we te lachen. En het duurde niet lang voordat we allebei krom lagen van de lach. En natuurlijk werden we gepakt, maar er is ons nooit iets overkomen.
Het was gevaarlijker wanneer broer zijn bad nam. Ik weet niet hoe jullie het je herinneren, maar broer ging altijd in bad. Hij nam mij mee in de studeerkamer, alsof hij altijd eerst nog iets moest doen. Dan deed hij de deur dicht en sloot de luiken. Dan deed hij zijn kleren uit, en liet mij dat ook doen.’
‘Dan legde hij ons over de groene bank, die er nu niet meer is en dan randde hij mij aan, had seks moet mij, had seks met zijn kleine zusje/broertje.’
‘Ik wil jullie laten weten dat … een heel schone man is, met al die baden. Baden in de zomer, herfst, winter, lente. … Is een hele schone man en ik wil dat jullie dat weten, terwijl we hier inwijding vieren. Wat een man!’
‘Stel je eens een goed leven voor, terwijl je je kinderen ziet opgroeien. En je kleinkinderen. En dus zijn we hier om inwijding te vieren. Van harte gefeliciteerd.’

Iedereen begint zenuwachtig te fluisteren. Dit is namelijk de zoveelste getuigenis van ontucht binnen de tempel van … …’s ouders staren hem verbijsterd aan met betraande ogen. De afvaardiging uit Waterdeep staat resoluut op en loopt op Joachim af.

‘Het lijkt ons tijd om mee te gaan…’
‘Maar er niets van waar! Kijk haar dan in heur ogen! Ze is zichzelf niet!’
‘En toch lijkt het ons wijs met ons mee te gaan’

Joachim kijkt zijn superieur vertwijfeld in zijn ogen aan, als er ogen geweest waren. Twee zwarte gaten staren hem aan.
‘Maar ik kan het toch uitleggen> Ik kan toch zweren op Tempus dat er niets van waar is? Ik kan toch niet met jullie meegaan?’
‘Dat zullen wij jou dan leren…’

Joachim voelt dat de macht van een godheid wordt opgeroepen. Echter is de goddelijke kracht die wordt opgeroepen niet die van Tempus. Dit isgGoddelijke macht van een veel duistere natuur. Dan wordt alles zwart…

View
Welcome to your Adventure Log!
A blog for your campaign

Every campaign gets an Adventure Log, a blog for your adventures!

While the wiki is great for organizing your campaign world, it’s not the best way to chronicle your adventures. For that purpose, you need a blog!

The Adventure Log will allow you to chronologically order the happenings of your campaign. It serves as the record of what has passed. After each gaming session, come to the Adventure Log and write up what happened. In time, it will grow into a great story!

Best of all, each Adventure Log post is also a wiki page! You can link back and forth with your wiki, characters, and so forth as you wish.

One final tip: Before you jump in and try to write up the entire history for your campaign, take a deep breath. Rather than spending days writing and getting exhausted, I would suggest writing a quick “Story So Far” with only a summary. Then, get back to gaming! Grow your Adventure Log over time, rather than all at once.

View

I'm sorry, but we no longer support this web browser. Please upgrade your browser or install Chrome or Firefox to enjoy the full functionality of this site.